Note 30 — De Chineesche Philosophie. (continued 2)
Reading edition
de bedoeling is deze: iedere klasse heeft hare eigene bezigheid, waaraan zij vast moet houden: de geleerde, de landman, de handwerksman, de koopman. Doen zij dat niet, dan ontbreekt hun bestendigheid, en al arbeiden zij ook den ganschen dag, zoo brengen zij toch niets tot stand. Daarom moet ieder vasthouden aan datgene, wat hij eenmaal begonnen heeft. Behalve de vier zooeven genoemde klassen zijn er nog soldaten—verder nog een klasse van arme lieden, die geen land hebben om te bebouwen, geen geld om handel te drijven, en die geen handwerk hebben geleerd. Tot dezen wordt hier gezegd: „Gij kunt niet anders dan u als daglooners verhuren om in uw levensonderhoud te voorzien, uw rug en uw schouders moeten dragen, weest echter eerlijk en vlijtig, en noch aan eten noch aan drinken zal het u ontbreken.”