Note 29 — De Chineesche Philosophie. (continued 2)
Reading edition
Met die valsche leeringen wordt niet alleen op het Taoïsme en het Boeddhisme, maar ook op het Christendom, bepaald in zijn Roomsch-Katholieken vorm gedoeld. Over het Christendom handelt deze omschrijving: „Zelfs de leer van de „secte van den heer des hemels” (zoo noemen de Chineezen het R. K. geloof) die over den hemel spreekt en over de aarde zwetst en over dingen zonder schaduw en wezen, is valsch en bedorven. Dewijl echter de leeraren van dezen godsdienst met de sterrekunde bekend zijn en in de wiskunde ervaren, gebruikt de regeering hen om den kalender te verbeteren. Dat bewijst echter bij lange niet, dat hun godsdienst goed is. Gij moet hen tot geen prijs geloof schenken. De wet is streng tegen al deze valsche secten. De straf die hen treft is dezelfde als die voor mannelijke en vrouwelijke toovenaars is vastgesteld. De regeering heeft deze wet uitgevaardigd om het volk te verhinderen kwaad te doen en het aan te moedigen goed te doen, van verdorvenheid te wijken en tot de waarheid terug te keeren, gevaar te vermijden en rust te verkrijgen.”
Deze uitspraak is een van de krachtigste hindernissen, die de toelating van het Christendom in den weg staan en misschien nog lang zal nawerken.