Note 11 — III. Shakespeare’s jeugd.
Reading edition
Doch genoeg vermoedens; ik wil thans onderstellen, wat zeker gebeurd is, namelijk, dat de blonde, bruinoogige knaap den leeftijd van achttien jaar bereikt heeft. Ik wil niet gaan gissen, of hij bij zijn wandelingen buiten veel naar de boerenmeisjes gekeken, of hij met haar op den dorschvloer of op het veld veel gedanst heeft; maar zeker is het, dat hij er één te diep in de oogen heeft gekeken, Anne Hathaway, waarschijnlijk de dochter van een landbouwer, Richard Hathaway11 te Shottery, een dorpje op zeer korten afstand van Stratford. Hij was een domme jongen geweest en had, achttien en een halfjaar oud, in zijn kalverliefde een vrijage, die gevolgen had, op touw gezet met een meisje van zes-en-twintig. Zij, die van Shakespeare volstrekt een heilig boontje willen maken, gissen, dat er ten overstaan van verwanten een plechtige verloving zal hebben plaats gehad, en beweren, dat zulk een verloving even goed was als een in allen vorm gesloten huwelijk. Wat hiervan zij, er bestaat een bisschoppelijk schrijven van 28 November 1582, waarbij aan William Shagspere wordt toegestaan in het huwelijk te treden met Ann Hathwey, na éénmaal de geboden te laten afkondigen. Verder weten wij, dat hun dochter, Susanna, op 26 Mei 1583 gedoopt is. Even negentien jaar oud, was William Shakespeare man en vader. Welk bedrijf hij uitoefende, of hij bij zijn vader in de zaken was of niet, is onbekend; alleen mag men vermoeden, dat hij in Stratford woonachtig was, want daar had hij op 2 Februari 1585 het geluk, tweelingen te laten doopen, welke waarschijnlijk naar Hamnet Sadler, die bakker schijnt geweest te zijn, en diens vrouw Judith, de namen Hamnet en Judith kregen. Bij dit drietal spruiten is het gebleven. Na den laatstgenoemden datum zijn wij zeven jaar zonder eenige berichten van Shakespeare; het eerste, wat daarna van hem vernomen wordt, is, dat hij in 1592 een belangrijk persoon is bij een tooneelgezelschap in Londen. Wanneer hij Stratford, waar zijn vrouw en kinderen bleven wonen, verlaten heeft, is onbekend, maar men wordt als het ware gedrongen tot de onderstelling, dat dit vrij kort na de geboorte zijner tweelingen heeft plaats gehad, want om reeds in 1592 een persoon van invloed te zijn bij het tooneel en een goeden naam te bezitten als tooneelschrijver, had hij vrij wat kundigheden en ervaring bijeen te zamelen, en hiertoe is tijd noodig; hij zal er dus wel reeds in 1585, uiterlijk in 1586, heengetogen zijn. Hij kon er misschien gemakkelijk betrekkingen aanknoopen; de groote tooneelspeler Richard Burbage, van wiens gezelschap Shakespeare later deel uitmaakte, was volgens sommigen uit Warwickshire, evenzoo de acteur John Hemmings, dezelfde, die later met Henry Condell Sh.’s werken uitgaf; en Thomas Greene, eveneens lid van het gezelschap, uit Stratford zelf. Zoo iets kon natuurlijk aan den jongen Shakespeare, zelfs al kwam hij onbekend en zonder aanbevelingen in Londen aan, een welwillende ontvangst bezorgen en hem reeds dadelijk de gelegenheid openen om zich op de een of andere wijze aan hun gezelschap te verbinden. Doch hoe dit zij, het is niet gewaagd aan te nemen, dat hij reeds in 1585 of het eerstvolgende jaar uit Stratford naar Londen ging. Wat hem tot dezen stap noopte, laat zich eveneens zeer wel gissen. Het kan er hem te benauwd geworden zijn; misschien wezen zijn stadgenooten hem met den vinger na als iemand, waar niet veel van terecht zou komen; het toekomstig lot van den jongen man, die geen eigen middelen van bestaan had, maar zijn vader in diens, misschien achteruitgaande en berooide, zaken wat behulpzaam was en dus eigenlijk op zijns vaders zak leefde, die vroeger misschien veel in den omtrek had rondgeloopen en van zich had doen spreken, aan een vrouw, bijna acht jaar ouder dan hijzelf, was blijven hangen en nu voor een snel aangroeiend gezin had te zorgen, moest wel de nieuwsgierigheid der eerzame Stratforders prikkelen. Als hij naar Londen is gegaan met het vaste voornemen om er zich bovenop te werken en aan zijn brave medeburgers te toonen, dat hij wel kans zag een respectabel man te worden en zich door landbezit aanspraak op dien naam te verwerven, dan is hij wonderwel geslaagd. Doch als zij in den eersten tijd vernamen, dat hij onder de tooneelspelers zijn heil had gezocht, zullen zij de schouders wel opgetrokken hebben en niet voor hij zijn eerste bezittingen in Stratford aankocht, tot eenigszins andere gedachten gekomen zijn.—Het kan ook wezen, dat bepaalde lust tot het tooneel en het gevoel, dat hij hierdoor zich een goede toekomst veroveren kon, hem van Stratford weg en naar Londen gedreven heeft.—Of het afscheid van vrouw en kinderen hem zwaar gevallen is en of hij aan de zijde van Anne Hathaway een gelukkig echtelijk leven sleet, is een vraag, die men wel opperen, maar niet beantwoorden kan. Er zijn tal van bewijzen, dat hij, zoodra het hem goed begon te gaan, maatregelen nam om zich later weder te Stratford te vestigen en hij heeft zijn plan, zoodra het hem mogelijk was, volbracht; maar toch ligt het vermoeden voor de hand, dat de achttienjarige knaap de ruim zeven jaar oudere boerendochter, die verstandiger had moeten zijn dan hij, veeleer getrouwd heeft uit een gevoel van plicht en eerlijkheid, dan uit innige liefde; het zou te verwonderen zijn, als zij juist de geschikte vrouw was voor iemand van zijn begaafdheden en neigingen. Nergens vindt men eenige toespeling op zijn liefde voor zijn gade; zijn sonnetten geven zelfs alleszins recht om aan te nemen, dat hij haar niet onveranderlijk trouw is gebleven. In zijn testament behoefde hij niet voor haar te zorgen, daar de wet haar vanzelf uit de nalatenschap van haar man een behoorlijk onderhoud verzekerde, maar men zou in dit stuk, waarin aan verscheiden betrekkingen en vrienden een kleine som vermaakt wordt om zich een nagedachtenis aan den erflater te koopen, wel iets meer verwacht hebben dan de korte vermelding, dat hij aan zijn vrouw het op één na beste bed nalaat; en dan is bovendien op te merken, dat deze bepaling tusschen de regels is ingevoegd en dus niet eens tot het eerste ontwerp behoorde. Men zou er bijna uit afleiden, dat de liefde voor zijn vrouw hem het afscheidnemen van Stratford, toen het er toe komen moest, niet bijzonder verzwaard heeft en haar beeld hem niet bij zijn verblijf in Londen of elders onophoudelijk voor oogen zweefde.