Note 2 — III. Shakespeare’s jeugd.
Reading edition
Dat het doopboek den naam Shakspere schrijft, behoeft geenszins te verwonderen; het is de zuivere schrijfwijze van den naam, zooals hij in Warwickshire steeds werd uitgesproken; deze uitspraak zou men ook door de spelling Shaxpere kunnen teruggeven, waarbij men de klinkers kort moet uitspreken, doch hun overigens den oorspronkelijken klank moet geven, zooals die ook in het Nederlandsch gehoord wordt. De naam is in de stukken van dien tijd op velerlei wijze verkeerd gespeld; de schrijfwijze Shakspere is de juiste en werd ook, blijkens de weinige, niet altijd volkomen duidelijke handteekeningen, die wij van den dichter bezitten, door hemzelf gebezigd, als hij zijn naam in een gedrukt boek schreef om het als zijn eigendom te waarmerken2 of een officiëel document had te onderteekenen; toen hij echter als schrijver en dichter optrad, bij de onderteekening namelijk der opdracht van de twee eenige door hemzelf uitgegeven werken, verkoos hij de schrijfwijze, die de beteekenis van zijn naam beter deed uitkomen, Shakespeare, “speerdriller”, welke in zijn tijd met den vollen langen klank van de a en e en ongeveer als Shaakspeer (de klinkers dus op de gewone, ook in het Nederlandsch gebruikelijke wijze) uitgesproken werd; ook zijn vrienden, die in 1623 zijn gezamenlijke tooneelwerken uitgaven, bezigden dezelfde schrijfwijze; met dien, door hemzelf geijkten, naam moge hij dan ook als dichter steeds genoemd worden.