Note 1 — III. Shakespeare’s jeugd.
Reading edition
Middelerwijl werden aan John Shakspere telkens nieuwe stedelijke betrekkingen opgedragen1. Dat hij hiertoe geschikt gerekend werd, moet ons geen hooge letterkundige ontwikkeling bij hem doen vermoeden; de vader van den grooten dichter kon zijn naam niet teekenen, hij behielp zich met een kruisje of met een figuur, die eenigszins op een krombeenigen passer geleek. Trouwens, er waren er meer in zijn geval: in een officiëel stuk van 1565, dat door negentien burgers en aldermannen onderteekend moest worden, met hem nog twaalf; slechts zes konden zelf hun naam schrijven.