← Table of contents
De Werken van William Shakespeare

Note 8 — XI. Shakespeare’s laatste levensjaren en dood. Zijn nalatenschap.

Reading edition

John Ward, die vicaris in Stratford was van 1648–1679, heeft enkele aanteekeningen nagelaten, waarin hij vertelt, dat “naar hij gehoord had”, Sh. van nature vernuft had, maar van kunst geen spoor; dat hij in zijn jonge jaren twee stukken ’s jaars schreef, maar later in Stratford leefde en 1000 pond ’s jaars(!) verteerde. Hij vertelt ook, dat Shakespeare, Ben Jonson en Drayton samen eens een vroolijken avond hadden en, zoo het schijnt, wat te veel dronken, zoodat Sh. de koorts kreeg en stierf. De man voegt er gemoedelijk bij, dat hij Sh.’s tooneelwerken toch eens moet lezen, om er ten minste iets van te weten.—Dat Sh. zijn oude vrienden gul ontvangen heeft, als zij hem kwamen bezoeken, is zeer natuurlijk; maar dat hij van het goede sier maken bij hun bezoek de koorts kreeg, behoeft op de praatjes van Ward niet aangenomen te worden.—Even weinig gewicht is te hechten aan het verhaal van Davies (zie bl. 11), dat Shakespeare als papist stierf. Hij was ongetwijfeld geen puritein: de tijd kwam weldra, dat wie geen puritein was, voor papist werd uitgemaakt. De aanleiding tot het zeggen van Davies is dus niet ver te zoeken. Er is wel eens beweerd, dat Sh. in het Roomsche geloof gestorven is, doch zonder genoegzamen grond, waarover men Michael Bernays moge nazien.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings