Note 16 — XI. Shakespeare’s laatste levensjaren en dood. Zijn nalatenschap.
Reading edition
Hoe zeer men zich op het veld der gissingen gelieft te bewegen, kan ook de naam van Kesselstadter Maske, waarmede het afgietsel vaak wordt aangeduid, bewijzen. In Juni 1842 werd de schilderijverzameling van den overleden graaf en domheer Frans van Kesselstadt in Mainz onder den hamer gebracht, en nu onderstelt men, hoewel er geen schijn of schaduw van bewijs voor te vinden is, dat het afgietsel zich in de verzameling van den graaf bevond en van daar zijn weg gevonden heeft naar den uitdrager, bij wien Becker het vond. Van den uitdrager waren, naar het schijnt, geen inlichtingen te verkrijgen, daar zelfs zijn naam niet vermeld wordt.