Note 588) — VIII.
Reading edition
„Piepers wil volstrekt niet paraisseeren maar gaarne medewerken en is de ziel van alles” (Falck aan Kemper, 29 Nov. 1813; Brieven no. 91).—Piepers, zoon van een huisschilder uit Middelburg, was in den bureaudienst opgeklommen. „Mij is verhaald”, schrijft de Bosch Kemper, „dat hem die afkomst eens door een adellijke, in den nog zeer patricischen tijd van 1815, op onaangename wijze werd herinnerd, hetgeen Willem I zeer kwalijk nam” (Letterk. Aant., 504).