Note 554) — VIII.
Reading edition
Uit een brief van Chad aan Lord Castlereagh van 12 Juli 1816 (Ged. VIII, 38), blijkt, dat Hogendorp zich niet ontzag instructies aan den gezant te Weenen te geven, wat natuurlijk niet op zijnen weg lag.—Vgl. over deze zaak Br. en Ged. VI, 363; Hogendorp had aan van Spaen geschreven over eene particuliere zaak die niet aan hem doch aan van Nagell gerenvoyeerd was.