← Table of contents
De vroolijke vrouwtjes van Windsor

Note 1 — AANTEEKENINGEN.

L. A. J. (Leendert Alexander Johannes) Burgersdijk translation

Het stuk moet geschreven zijn na de voltooiing van K. Hendrik V, dus na 1599. Het heeft ongetwijfeld zijn ontstaan te danken aan het verlangen, misschien door de toeschouwers kennelijk gemaakt, om de personen, die aan het publiek in de groote Koningsstukken zooveel genoegen verschaft hadden, nog eens, in een voor hen geschikte omgeving, in een blijspel of veeleer klucht te zien optreden; een verlangen, waaraan Sh. dan gehoor gaf1. Daartoe werd Falstaff, in K. Hendrik V reeds gestorven, weder opgewekt, werden Bardolf en Nym, welke laatste vroeger niet met Falstaff in aanraking was gekomen, en die beiden in datzelfde stuk reeds opgehangen waren, weder levend gemaakt en, zooals ook Pistool en de Page (uit het tweede deel van K. Hendrik IV), met Falstaff samengebracht, en wel te Windsor, omdat de dichter het stuk daar verkiest te laten spelen. Daarheen werd nu ook vrouw Haastig verplaatst, wel nog de oude koppelaarster, maar een vreemde voor Falstaff; zij hebben elkander niet gekend. Evenzoo is de betrekking tusschen Zielig en Falstaff een geheel andere dan vroeger. Men ziet, al treden er vele personen in op, die uit de Koningsstukken bekend zijn, het stuk hangt verder niet in het minst met de overige samen; Falstaff zelf is een geheel ander persoon dan vroeger, en laat zich op de onzinnigste wijze door de twee vroolijke burgervrouwtjes en door den verkleeden Ford beetnemen; ja, hij herkent zelfs den Walliser Elf aan zijn spraak niet. Wij zijn hier op het gebied der klucht, die ook het onwaarschijnlijkste mogelijk maakt en geschieden laat; en hiermede is volkomen in overeenstemming, dat Falstaff ten slotte door de overwinnende partij vriendelijk aan tafel genoodigd wordt. Het stuk wil vroolijk en blij-eindend zijn; strenge eischen heeft de critiek hier niet te stellen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings