INHOUD.
Reading edition
I. HOOFDSTUK.
De Baron geeft een verslag van zijne eerste reis.—Verbazende uitwerksels van eenen storm.—Komt op
Ceilon
; vecht aldaar met twee buitengewoone vijanden, en overwint dezelven.—Komt in
Holland
terug.
bladz. 1
II. HOOFDSTUK.
In het welk de Baron toont, dat hij een goed schutter is.—Hij verliest zijn paerd, en vindt een wolf;—welken hij voor zijne slede spant.—Hij belooft het gezelschap te zullen onderhouden met een verhaal van zoodanige dingen, welke deszelfs opmerkzaamheid wel waardig zijn.
19
III. HOOFDSTUK.
Eene zonderlinge ontmoeting tusschen den neus van den Baron en den post van
eene deur, met derzelver wonderlijk gevolg.—Hij schiet vijftig koppels ganzen en ander gevogelte met één schot.—Jaagt een vos uit zijn vel.—Leidt eene oude zog naa hare woning, op eene nieuwe wijze; en vangt een wilden Beer.
27
IV. HOOFDSTUK.
Aanmerkingen over het St. Huberts hert.—De Baron schiet een hert met kersenstenen; het verbazend gevolg daarvan.—Doodt een beer door eene buitengewone vaardigheid; zijn gevaar aandoenlijk beschreven.—Wordt overvallen door een wolf, welken hij 't binnenste buiten keert.—Wordt besprongen door een dollen hond, welken hij ontsnapt.—De pels van den Baron wordt dol, waardoor zijne gantsche kleêrkamer in verwarring geraakt.
33
V. HOOFDSTUK.
Gevolgen van grote werkzaamheid en tegenwoordigheid van geest.—Beschrijving
van een hond, de lieveling van den Baron
.
—Ongeval van des Barons vrouw.—Een haas met acht pooten.—Zijn hond wordt eene teef; en jongt, terwijl zij een haas vervolgt; die ook werpt, terwijl zij vervolgt wordt.—Hij krijgt een zeer beroemd paerd ten geschenke van den Graaf van
PRZOBOZSKY
, waarmede hij vele ongewone daden verrigt.
41
VI. HOOFDSTUK.
De Baron wordt krijgsgevangen, en voor slaaf verkoft.—Hoedt de bijën van den Sultan, welken aangevallen worden door twee beeren.—Verliest een bij en een zilveren bijl, welken hij naa de beeren smijt; doch die, door het verdraaijen van zijnen arm, opvliegt naa de Maan, maar welken hij, door eene vernuftige uitvinding, naa beneden brengt.—Valt bij zijne terugkomst op de aarde, en redt zigzelven uit eene diepe kuil.—Redt een wagen, welke den zijnen op een smallen weg ontmoet, op eene zonderlinge wijze.—Wonderbaar
uitwerksel van den vorst op den posthoren van zijn koetsier.
63
Tweede Deel.
VII. HOOFDSTUK.
De Baron verhaalt zijne avonturen op eene reis naa Noord-Amerika, welken de aandacht van den lezer wel waardig zijn.—Pots van een walvisch.—Een zeemeeuw behoudt een matroos in 't leven.—Het hoofd van den Baron zakt in zijne maag.—Een gevaarlijk lek gestopt
a posteriore
.
75
VIII. HOOFDSTUK.
De Baron baadt zig in de Middellandsche Zee.—Hij ontmoet zeer onverwagt gezelschap.—Komt, tegen zijn voornemen, in de gewesten van hitte en duisternis, waaruit hij zig redt door het dansen van den hornpijp.—Verschrikt zijne verlossers, en komt weder aan het strand.
81
IX. HOOFDSTUK.
Avonturen in
Turkije
en op de rivier de
Nijl
.—De Baron schiet een luchtbol boven
Constantinopel
naa beneden, en vindt een Franschen proefondervindlijken Wijsgeer daaraan hangen.—Gaat in gezantschap naa groot
Caïro
, en vermeerdert onderweg zijn gevolg met vijf persoonen van uitstekende bekwaamheden.—Keert van daar terug langs den
Nijl
, alwaar hij zeer onverwagt wordt opgehouden.—Wint een weddingschap met den Groten Heer.—Proeven der bekwaamheden van zijne bedienden.
86
X. HOOFDSTUK.
De Baron geeft zijnen ouden Vriend, den Generaal
ELLIOT
, een bezoek in de belegering van
Gibralter
.—Doet een Spaansch oorlogschip zinken.—Ontwaakt eene oude vrouw op de Afrikaansche kust—Vernielt al het geschut van den vijand; maakt den Graaf van ... verschrikt, en jaagt hem naa Parijs.—Verlost
twee Engelsche verspieders, met dienzelfden slinger, waardoor
GOLIATH
ter neder werd geslagen, en doet de belegering van
Gibralter
opbreken.
109
XI. HOOFDSTUK.
Een belangrijk verslag van de voorouders van den Baron.—Een verschil over de plaats, waar
NOACH
zijne ark bouwde.—De geschiedenis van den slinger, en deszelfs hoedanigheden.—Een begunstigd digter wordt ingeleid, maar op geen roemrijke manier.—Koningin
ELIZABETH
, en haare gaaf van onthouding.—De vader van den Baron kruist van
Engeland
naa
Holland
op een zeepaard, 't welk hij voor zevenhonderd dukaten verkoopt.
125
XII. HOOFDSTUK.
Een klugt; de gevolgen daarvan.—Het Kasteel van
Windsor
.—De
St.
PAULUS
Kerk.—Het gildehuis van de Geneesheeren, de aansprekers, kosters enz. allen bijkans vernield.—Vaardigheid der kruidmengeren.
133
XIII. HOOFDSTUK.
Een uitstap naa het Noorden.
De Baron zeilt met Kapitein
PHIPPS
.—Valt twee zwaare beeren aan, welken hij ter naauwernood ontkomt.—Wint het vertrouwen van deze dieren, en vernielt duizend van dezelven; laadt het schip met derzelver hammen en huiden; zendt de eersten overal ten geschenke rond; en wordt daarvoor op alle feesten van de stad genodigd.—Een verschil tusschen den Kapitein en den Baron, waarin de laatste, beleefdheidshalve, genoodzaakt is toe te geven.—De Baron weigert de eer van een throon.
138
XIV. HOOFDSTUK.
De Baron overtreft den Baron
DE TOTT
in alle opzigten; nogthans mislukt hem ééne zaak.—Valt in ongenade bij den Groten Heer, die bevel geeft om zijn hoofd te brengen.—Ontkomt dit gevaar, en gaat aan boord van een schip, waarmede hij naa
Venetie
vertrekt.—Afkomst
van den Baron
DE TOTT
, en bijzonderheden van 's mans voorouders.—Eenige weinig of niet bekende bijzonderheden van vroegeren tijd.
150
XV. HOOFDSTUK.
Vervolg van het reisverhaal van
Harwich
naa
Helvoet
.—Beschrijving van sommige zeedieren en andere voorwerpen, nooit bij eenig reiziger gezien.—Rotsen, op dezen togt liggende, zoo groot als de Alpische bergen; kreeften, krabben van eene buitengewoone grootte.—Eene vrouw in het leven behouden.—Hoe zij in zee viel.—De manier van de Amsterdamsche Maatschappij, met een goeden uitslag, gevolgd.
160
XVI. HOOFDSTUK.
Dit Hoofdstuk is zeer kort, maar behelst eene daad, waarvoor de gedachtenis van den Baron dierbaar moet zijn bij iederen
Engelschman
, bijzonderlijk bij allen, die, in het vervolg, het ongeluk zullen hebben van krijgsgevangen te worden.
171
XVII. HOOFDSTUK.
Eene reis naa Oost-Indien.—De Baron spreekt van een vriend, die hem nooit misleidde; wint honderd guinees door zijn vertrouwen op den neus van zijnen vriend.—Wild opgestooten in zee.—Eenige omstandigheden, welken, zoo men hoopt, den lezer niet weinig zullen vermaaken.
175
XVIII. HOOFDSTUK.
Een tweede (maar toevallig) bezoek aan de Maan.—Het schip door een warrelwind opgenomen tot eene hoogte van duizend
Hollandsche
mijlen boven het water, daar het een anderen dampkring ontmoet, en in eene ruime haven in de Maan aankomt.—Eene beschrijving van de inwooners, en de wijze waarop dezelven aldaar ter waereld komen.—Dieren, gewoonten, wapens, wijnen, planten, enz. enz. enz.
180
XIX. HOOFDSTUK.
De Baron trekt over den Teems zonder behulp van een brug, schip, boot, of luchtbol, zelfs zonder zijn eigen wil; hij ontwaakt
na een langen slaap; en vernielt een gedrogt, het welk alleen leefde van de verwoesting van anderen.
191
XX. HOOFDSTUK.
De Baron doet een uitstap door de waereld, na een bezoek aan den berg
Etna
gegeven te hebben; hij vindt zigzelven weder in de Zuid-zee; bezoekt
VULKANUS
op zijne reis; komt bij een
Hollander
aan boord, waarmede hij landt aan een Eiland van kaas, liggende in een zee van melk; beschrijving van eenige zonderlinge voorwerpen.—Zij verliezen hun compas; hun schip glijdt tusschen de tanden van een visch, onbekend in dit gedeelte van de waereld; hunne moeite, om zig uit die plaats te verlossen; zij komen in de
Kaspische
zee.—De Baron laat een beer doodhongeren in zijne handen.—Eenige bijzonderheden van een borstrok.—In dit hoofdstuk, 't welk het laatste en het langste is, draagt de Baron zedekundige bedenkingen voor, over de deugd van trouw en liefde tot de waarheid.
194