Note 4) — JONG HOLLAND (continued 2)
Reading edition
Het was in de Mei, in het laatst al, wanneer die over zal gaan in de koninklijke maand van Juni. Het midden, — wanneer de IJsheiligen 4) even om het hoekje komen kijken, — was een kaap, die al omgezeild was. De wind, die weken lang bijna voortdurend in den Noord-Oostelijken hoek gezeten had, was verzuidelijkt, en droeg de geuren van Meidoorn, seringen en bloesem, ja, van heel de vernieuwde, jonge aarde. Droomerig telde de koekoek, hoeveel jaren men nog leven zou, of, voor een stiekem toeluisterende deerne, op welken leeftijd zij de bruid zou zijn. 't Was àl leven en geluk, en voor den jeugdigen zeeman, die langs de bloeiende akkers en doornhagen ging, om het plaatsje op te zoeken, waar hij geboren was, het vaderland, dat hij nooit vergeten had.