VIII
Reading edition
Papa en Mama hadden, evenals Maud en “Auntie,” mijn invitatie aangenomen; en daags vóór den gestelden datum toog ik even naar den restaurant Delmonico, om er met den baas, of een der chefs, het menu op te maken.
Ik werd er ongeveer ontvangen, zooals Maud bij madame Véronique onthaald was geweest. ’t Was in de stille uren; de garçons waren langzaam en zorgvuldig bezig in de ruime zaal met rood tapijt de tafeltjes te dekken; en een dikke meneer in rok, met glimmend-wit plastronhemd en zwarte das kwam statig naar mij toe, nam mij even vlug op met één blik, die gansch zijn oordeel over mij vast scheen te vestigen, en vroeg mij, met een vette stem, in ’t Fransch, wat ik verlangde.
Ik zei hem wat ik voor den volgenden dag zoo al wenschte.
Zakelijk ging hij in zijn binnenzak, haalde een gedrukte spijskaart te voorschijn, nam een potlood en begon voor te dragen.
—Cinq potages bisque? vroeg hij.
Ik knikte.
—Du saumon à la Chambord?
Ik knikte.
—Une entrée: longe de veau; entrecôte Béarnaise; selle d’agneau!
Ik aarzelde, er kwam in mij een spanning.
—Longe de veau? herhaalde hij, mij met een greintje van meelijdende geringschatting aankijkend.
—Plutôt entrecôte Béarnaise, zei ik eindelijk.
—Comme légume? ging hij voort, opteekenend. En, daar ik weer aarzelde, mij helpend:
—Tomates farcies, artichauts, céleri à la moëlle.
—Céleri à la moëlle, echode ik machinaal.
—Comme rôti? ging het verder.
Gaat hij er niet haast mee uitscheiden! dacht ik bij mezelf. ’t Was warm daarbinnen en ik voelde mijn wangen gloeien.
—Sarcelle; canard sauvage; dinde Maison? ging hij onverdroten voort.
—Dinde Maison, echode ik nog eens, heelemaal onder zijn invloed en machinaal reageerend op zijn laatste klanken.
—Et comme dessert une omelette Sibérienne et une macédoine de fruits? besloot hij, mij te nauwernood nog raadplegend.
Ik knikte.
Hij teekende op en er was een stilte. De garçons dekten rustig verder hun tafeltjes en daarbuiten, achter de hooge, breede ramen, stroomde het druk-mondaine leven van New York voorbij.
—Hoeveel wordt dat dan samen? vroeg ik eindelijk, met inspanning en matte stem.
—Eh bien, comme nous avons dit, n’est-ce pas? En hij begon nog eens op te sommen: Potage Bisque, Saumon à la Chambord, entrecôte Béarnaise....
—Ja maar.... de prijs.... te zamen.... stamelde ik met het rood der schaamte op mijn wangen.
—Oo.... zei hij, alsof ik iets heel bizonder geks gevraagd had; en een bijna onnaspeurlijke glimlach kwam even op zijn lippen.
Hij zette vlug wat cijfers onder elkaar, telde samen, zette er nog iets bij, telde weer samen en noemde mij eindelijk een getal, waar ik, evenals enkele dagen te voren bij madame Véronique, in figuurlijken zin van omviel. Ik meende verkeerd begrepen te hebben, vroeg hem om nog eens ’t cijfer te herhalen, viel er nog eens, in figuurlijken zin, van om.
—’t Is goed, zei ik klankloos, terwijl de gansche ruime zaal, met al haar tafeltjes en stoelen, vóór mijn bedwelmde oogen scheen te dansen en te schemeren.
Ik koos het tafeltje, of, beter gezegd, nam het tafeltje dat hij mij aanwees; sprak af voor den volgenden dag om acht uur; en ’t oogenblik daarna stond ik buiten op ’t trottoir, met het gevoel alsof een schurksche goochelaar de laatste centen uit mijn portemonnaie had weggemold.
Ik nam een heldhaftig besluit. Ik zou dien dag alvast niets meer eten, mitsgaders de drie eerste weken die op het diner zouden volgen, één dagelijksche maaltijd derven. Zoo zou de wreede bres toch eenigszins gestopt worden.