Note 18 — Keeling-Eiland—Koraalvormingen.
J. Brandt translation
Volgens onze theorie is het duidelijk, dat kusten die alléén door randriffen worden omgeven, niet merkbaar diep gezonken kunnen zijn, en dus sedert den groei harer koralen òf op hetzelfde peil gebleven, òf opgeheven moeten zijn. Nu is het opmerkelijk, hoe in ’t algemeen door de aanwezigheid van uit zee geheven organische overblijfsels kan worden aangetoond, dat de eilanden met randriffen gerezen zijn. In zoover is dit een indirect bewijs voor de juistheid onzer theorie. Dit feit trof mij vooral, toen ik tot mijne verwondering ontdekte, dat de door Quoy en Gaimard gegeven beschrijvingen niet toepasselijk waren op riffen in ’t algemeen (gelijk stilzwijgend door hen werd aangenomen), maar alleen op die van de klasse der kust- of randriffen. Mijne verwondering week echter, toen ik later bevond, dat volgens de eigen verklaringen dezer bekwame natuuronderzoekers bewezen kon worden, dat, door een spel van het toeval, al de verschillende door hen bezochte eilanden in een jong geologisch tijdperk omhoog waren geheven.18