Note 16 — Keeling-Eiland—Koraalvormingen.
J. Brandt translation
Er zijn ringvormige walriffen in alle grootten, van af 3 tot niet minder dan 44 mijlen in doorsnede; het rif, dat tegenover een der zijden van Nieuw-Caledonië ligt en de beide uiteinden omvat, is zelfs 400 mijlen lang. Elk rif sluit één, twee of meer rotsachtige eilanden in van verschillende hoogten (in één geval zelfs 12 afzonderlijke eilanden), en loopt op ongelijke afstanden om het ingesloten land—bij de Gezelschaps-Eilanden meestal op een afstand van een tot drie of vier mijlen, maar bij Hogoleu16 op 20 mijlen van den zuidkant, en 14 mijlen van den tegenovergestelden of noordkant der ingesloten eilanden. Ook is de diepte binnen het lagunenkanaal aan veel verandering onderhevig, en kan gemiddeld op 10 tot 30 vademen worden gesteld; maar op Wanikoro zijn ruimten van niet minder dan 56 vademen of 336 voeten diepte. Aan de binnenzijde loopt het rif zacht glooiend af naar het lagunenkanaal, of eindigt in een loodrechten wal, die onder water somtijds 200 tot 300 voeten hoog is; aan de buitenzijde verrijst het rif, evenals eene atolle, zeer steil uit de groote diepten van den oceaan. Kan men zich iets zonderlingers voorstellen dan dergelijke natuurgewrochten? Wij zien een eiland, dat te vergelijken is met een kasteel op den top van een hoogen onderzeeschen berg, tegen het geweld der zee beschermd door een grooten muur van koraalgesteente, die altijd steil is aan den buiten- en soms ook aan den binnenkant: van boven begrensd door een breed horizontaal vlak, en hier en daar afgebroken door smalle toegangen of invaarten, waardoor de grootste schepen de wijde en diepe singel- of vestinggracht kunnen binnenzeilen.