← Table of contents
De Reis om de Wereld

Note 17 — De Galápagos-Archipel.

J. Brandt translation

Van verscheidenen opende ik de maag, en vond deze sterk gezwollen door inliggende stukjes zeewier (Ulvae)—een dunbladerig wijdvertakt gewas van eene lichtgroene of donkerroode kleur.17 Ik herinner mij niet dit zeewier in noemenswaardige hoeveelheid op de vloedrotsen te hebben gezien, en heb reden te gelooven, dat het op den bodem der zee groeit, op eenigen afstand van de kust. Is dit het geval, dan verklaart het zich, waarom deze dieren nu en dan naar zee gaan. De maag bevatte niets dan zeewier. Wel vond Bynoe er een stuk van eene krab in; maar deze kon er toevallig in zijn gekomen, op dezelfde manier als ik in den buik van eene schildpad eene rups tusschen eenig groen heb zien liggen. Evenals bij andere plantenetende dieren, waren de ingewanden ruim. De aard van het voedsel dezer hagedis, zoowel als de bouw van haren staart en voeten, en het feit, dat men haar vrijwillig naar zee heeft zien zwemmen, bewijzen afdoende hare leefwijze van waterdier; toch openbaart zich hier eene zonderlinge tegenstrijdigheid, namelijk, dat zij niet in het water zal gaan, als men haar plaagt of schrik aanjaagt. Zoo kan men ze gemakkelijk naar een punt boven zee drijven, waar zij zich eerder bij den staart zullen laten grijpen, dan in het water springen. Van bijten schijnen zij volstrekt geen begrip te hebben; maar worden zij veel geplaagd, dan spuiten zij uit elk neusgat een druppel vloeistof. Ik wierp er eene verscheidene malen zoover ik kon in een diepen plas, die door het getij was achtergelaten; maar telkens keerde zij linea recta terug naar de plek waar ik stond. Zij zwom zeer sierlijk en vlug bij den bodem van den plas, en krabbelde nu en dan met hare voeten over den hobbeligen grond. Als zij bijna den kant bereikt had, maar nog onder water was, poogde zij zich in de boschjes zeewier te verbergen, of liep eene spleet binnen; en nauwelijks achtte zij het gevaar voorbij, of zij kroop over de droge rotsen naar buiten, en maakte zich zoo snel mogelijk uit de voeten. Dikwijls ving ik deze zelfde door haar naar een punt te drijven, waar dan niets haar kon bewegen in het water te gaan, ondanks hare volkomen bedrevenheid in duiken en zwemmen; en telkens als ik haar daarin wierp, keerde zij op de genoemde wijze terug. Wellicht laat dit eigenaardige staaltje van oogenschijnlijke domheid zich verklaren door het feit, dat dit dier geen enkelen vijand op het strand heeft, terwijl het in zee menigmaal een prooi wordt van de talrijke haaien. Gedreven door een diep geworteld en erfelijk instinct, dat het strand zijn veiligheidsoord is bij wat er ook gebeure, zoekt het dan waarschijnlijk hier zijne toevlucht.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings