Note 1 — OVERVECHT.
Reading edition
Aanmerkelijk is het, dat deeze beesten, nu eerst uit het ei gekomen, weldra de grootte van de oude verkrijgen; doch tot hunne verwisseling van vederen zijn zij graauw van kleur; eerst bij dat verwisselen krijgen zij veeren zo ongemeen wit als waarmede de ouden pronken; even aanmerkelijk is het, dat zij zingen als zij den dood voelen naderen, waarom men ook gewoon is, het laatste vers eens dichters, zijn Zwanenzang te noemen: de zededichter Claas Bruyn, deeze eigenschap der zwaanen op de vroomen toepassende, heft daarvan dus aan:
Laat de zwaan zijn lijkzang hooren,
Met een lieffelijk geluid,
Daar hij ’t leven meê besluit,
Vroome zielen, uitverkoren,
Om te heerschen op Gods throon,
Slaan dus ook hun’ laatste toon.
Ja zij zingen met de klanken
Van het welbewust gemoed,
Schoon het sterflot op hun woed’;
Dit ’s het lijkdicht van die kranken:
„Kom, o Jesus! al ons lust,
„Haal ons in uw zachte rust, enz.