Note 32 — IV. Geslachtsnamen volgens hunne aardrijkskundige verdeeling. (continued 2)
Reading edition
Zuiver latynsche en louter latynsche zijn onder deze namen zeldzaam. Als zoodanigen noem ik: Paludanus (oorspronkelik Van de Moer? Van den Broecke? Poelstra? Broekstra?—want dat beteekent deze naam); Sartorius, Pistorius,32 enz. Alle deze namen zijn in dit werk reeds verklaard. Talryker zijn de namen die slechts eenen latynschen form vertoonen, slechts den uitgang us of ius achter eenen nederlandschen beroeps- of waardigheidsnaam hebben; b. v. Cuperus, Cramerus, Vorstius,33 enz. De geslachtsnamen Slaterus en Colerus zijn verlatynschingen van de oorspronkelik hoogduitsche namen Schlater en Köhler. Ook Knottnerus schijnt my eene verlatynsching van eenen oorspronkelik hoogduitschen geslachtsnaam.