← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 26 — IV. Geslachtsnamen volgens hunne aardrijkskundige verdeeling. (continued 2)

Reading edition

§ 165. Als aanhangsel van al deze vreemde namen dienen hier nog eenige byzondere geslachtsnamen te worden vermeld, welke ik tot eene afsonderlike groep heb vereenigd. Het zijn basterdnamen, die de kenmerken van twee verschillende talen in éénen naam, in één woord vereenigd, vertoonen. Zulke bastaardnamen zijn my slechts bekend als uit het Fransch of uit het Hoogduitsch afkomstig. De naaste oorzaak van hun ontstaan is de onbekendheid met de eischen van spelling en uitspraak der vreemde namen, by de geheel vernederlandschte, en nog slechts nederlandsch verstaande afstammelingen der oorspronkelike fransche of duitsche inwykelingen, welke deze namen, in hunnen zuiver franschen of duitschen form hier mede gebracht hadden. Soms ook vertoonen zy eene poging tot vertaling of overzetting van den vreemden naam, of tot het leggen van eenen nederlandschen zin (meestal onzin), in de onbegrepene klanken van den buitenlandschen naam. De geslachtsnaam Dezentje, ook Dezentjé geschreven, en natuurlik steeds zóó uitgesproken, is een voorbeeld van zulke zonderlinge basterdnamen. Immers dit is oorspronkelik de fransche naam De Sentier (niet waar?), die de tegenhanger is van den goed-nederlandschen geslachtsnaam Van ’t Padje.—Linnewiel, eene quasi-verdietsching van den oorspronkelik franschen form van dezen naam: Luneville26, is een ander, niet minder sprekend voorbeeld. Verder Batteljee, Lorrewa27, Franswa, Tozijn, Mienjon, Sjakes, Schoonéans (zie bl. 172), Boeljon, Minnaar, Notterdam en Noterdaem (zie bl. 441), Roselje, Portielje, Plantjé, Saljé, Holjé, in plaats van Batelier, Le Roi, François, Toussaint, Mignon, Jacques, Bouillon, Ménard (zie bl. 523), Nôtre-dame, enz. Kleine veranderingen, verdietschingen in de spelling hebben ook ondergaan de geslachtsnaam Lekluze en De le Cluyze, in plaats van L’Ecluse en Del’Ecluse.—Boeree en Boeré zijn de namen van twee haarlemsche geslachten, beiden talrijk in leden, en die als eene heele en eene halve verdietsching zijn aan te merken van het oorspronkelike Bourée, onder welken form deze naam nog heden in Frankrijk voorkomt.—In de zuidelike Nederlanden, vooral in Vlaanderen komen eenige geslachtsnamen voor, die half verdietscht zijn geworden, half zuiver-fransch gebleven zijn. Zie hier eenigen van deze zonderlinge bastaardnamen: Van der Marlière en Van der Malière, Van de Lanoitte, ook nog meer verdietscht als Van de Lanoote voorkomende, Van den Bavière, Verfaille, enz. De laatstgenoemde naam die my ook in de noordelike Nederlanden (aan de Helder) voorkwam, is eene samentrekking van Van der Faille (zie § 95.) En dit is wederom eene halve verdietsching van den oorspronkelik franschen geslachtsnaam De la Faille, die in de noordelike Nederlanden aan een talrijk geslacht eigen is. Maar Van Beaumont, Van Charante (zie bl. 222), Van Boneval, enz. kan men eigenlik niet als halve verdietschingen beschouen, naardien deze geslachtsnamen van fransche plaats- en gounamen zijn afgeleid.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings