Note 24 — IV. Geslachtsnamen volgens hunne aardrijkskundige verdeeling. (continued 2)
Reading edition
Zoo men de geslachtsnamen der spaansche en portugeesche Israëliten uitsondert, komen spaansche en portugeesche namen slechts in zeer kleinen getale onder ons voor. Het is dan ook wel eene groote zeldzaamheid als zich een Spanjaard of Portugees onder ons neêr zet. In de zuidelike Nederlanden echter leven nog afstammelingen van Spanjaarden, wier voorouders zich reeds, gedurende »den spaanschen tijd”, in de 16de en 17de eeu, in Brabant en Vlaanderen hebben gevestigd. En onder dezen zijn er die nog hunne oude, ten deele oud-adellike namen dragen. Niet altijd hebben die lieden den rijkdom en hoogen rang hunner voorouders kunnen bewaren. »Onder de arbeidende klasse van Antwerpen vindt men enkele personen, die niet alleen den spaanschen type, maar ook spaansche namen behouden hebben, namen, waarvan enkelen beroemd zijn in de castiliaansche geschiedenis. Men sprak mij van eene groentenvrouw, weduwe en moeder van tien kinderen, die nog altijd den naam droeg van Armiroto, zoo men wil, naar een markies Armiroto, die tot het gevolg zou behoord hebben van den hertog van Alva. Zijne afstammelinge, onverschillig voor die hooge afkomst, rijdt nu met kool door de stad; en het volk heeft oneerbiedig haar doorluchtigen oorsprong gesmaad door eene bespottelijke verdraaiing van haar naam: men noemt haar in de wandeling »arme rotte”24.”