Note 12 — IV. Geslachtsnamen volgens hunne aardrijkskundige verdeeling. (continued 2)
Reading edition
De Carne (zie bl. 366), Van Schillen, Beirnaert, De Queeckere, De Keirel, Lanszweert (zie bl. 364), De Cloet, De Bergh, Van Dromme, Stalpaert, Van Uxem (Uxem is een dorp in Fransch-Vlaanderen), Andevoet (zie bl. 348), Van Merris, De Boye, Beschuydt, Coen en De Coene, Halover (zie bl. 469), Verlende, Landsheere, Hardevuust, De Blonde, De Haene, Houvenaghel, Blaevoet, De Graeve, Ruyssen, Huysman, Roose, Kempe, Brandt, Van Daele, De Cupere, Van den Pitte (zie bl. 497), Van Clyte, Cent, Quekebijl, De Mey, De Draeck, Van Rechem, Yves, Hubben, Staelen, enz. Deze drie laatste namen zijn patronymika van oud-nederlandsche mansvóórnamen; zie bl. 102 en 103.