Note 12 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong.
Reading edition
Aan het leeraarsambt zijn de geslachtsnamen Rector en Schoolmeester (ook als patronymikon Schoolmeesters) en Onderwyzer ontleend. De geslachtsnamen Meester, De Meester en Meesters met Mesters voeg ik ook hier by. Andere meesters worden nog vertegenwoordigd door de geslachtsnamen Bouwmeester, Den Boumeester, Boermeester, Hofmeester, Dijckmeester, Rentmeester en Rentmeesters, Waagmeester, De Meulemeester en eindelik Keukenmeester. Onder de burgery der stad Leeuwarden van den jare 1511 wordt reeds een Oeswalt Koeckenmester genoemd.12 De keukenmeester behoorde zeker wel tot eene hofhouding, even als de keukenschryver, wiens post ook als geslachtsnaam (Keukenschryver) voorkomt. Tot zulk eene hofhouding behooren nog andere bedieningen, die door de geslachtsnamen Hoveling, Kamerling, Camerlinck, Camerlynk en Camerlingh (als patronymikon Kemerlinckx), en Schenk worden aangeduid. Schenk is eene oude benaming voor »schenker”; men vergelyke hier de namen Wijnschenk en Bierschenk, reeds op bl. 317 vermeld. De naam van dit ambt komt ook in verlatynschten form, als Schenkius, als geslachtsnaam voor.