Note 10 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong.
Reading edition
Nevens deze eenvoudige man-namen staan de patronymika daarvan, die ook eene niet kleine groep van nederlandsche geslachtsnamen formen. Het zijn allen eenvoudige nederlandsche tweede-naamvallen, en gaan dus allen op s, op mans uit. Velen van deze patronymikale man-namen zijn slechts herhalingen van de hier voor reeds genoemde eenvoudige namen; b. v. Biermans, Appelmans, Mosselmans,10 enz. Anderen zijn my slechts in hunnen patronymikalen form voorgekomen; als: Kerremans, d. i. (zoon) van den karreman, Havermans, Slotmans, Costermans, enz. Onder deze mans-namen, waarvan er velen eigen zijn aan de zuidelike, bepaaldelik aan de brabantsche gewesten, zijn er niet weinigen, waarvan my de beteekenis min of meer duister is. Als zoodanigen noem ik: Wittemans, Geloudemans, Mortelmans,11 enz. Beersmans en Breugelmans, beiden in Brabant inheemsch, acht ik afgeleid te zijn van Beersman en Breugelman, in de beteekenis van: een man van of uit Beers, of van of uit Breugel.—Beers en Breugel beide zijn namen van brabantsche dorpen, in de antwerpsche en noord-brabantsche Kempen. Deze beide namen zouden dus tegenhangers zijn van de geslachtsnamen Lemmersman en Kuindersman, op bl. 204 vermeld. Tielemans met Tielmans, en Tillemans met Tilmans zijn eenvoudig patronymika van den oudtijds in de Nederlanden niet zeldzamen, en ook thans nog niet volkomen buiten gebruik zijnden oud-germaanschen mansvóórnaam Tilman, Tielman. Verder Hoosemans, van hoseman, de man die hosen, hozen = kousen maakte of verkocht? En Goemans, Koumans en Coumans met Wakkermans, van Goeman (ook in dezen form voorkomende), Kouman en Wakkerman, eigentlik bynamen? oorspronkelik de goede, de koude, de wakkere man?