Note 31 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong.
Reading edition
Byzondere namen, tot deze groep behoorende, zijn nog: Behaeghel, Behaghel, Behaegel en Behagel, die vooral in de zuidelike gewesten inheemsch zijn. »Behaeghel, behaghel” is eene oudtijds gebruikelike afkorting van »behaeghelick, behagelijk”, gelijk men oudtijds het woord »kostelick” ook wel tot »kostel” afkortte. Door de gewone verwisseling van (vlaamsche en zeeusche) h in g, is van het oorspronkelike zuid-nederlandsche Behagel in Noord-Nederland Begagel geworden. Immers onder dezen zonderlingen form is deze naam te Hoorn als geslachtsnaam inheemsch. De geslachtsnamen Roosenschoon en Vergult kunnen naueliks opgevat worden als bynamen van mannen. Toch moeten zy dit geweest zijn. Maar de reden waarom ze gegeven werden, laat zich achterna moeielik gissen.—By den geslachtsnaam Reukeloos heeft men niet te denken aan de hedendaagsche beteekenis van dit woord (niet riekend, zonder geur), maar aan de oude, verouderde beduidenis van »roekeloos”.—Gouweloose kan ik niet verklaren; beteekent deze geslachtsnaam misschien »goudeloos”, zonder goud, de geldelooze? Hy zoude dan de weêrga zijn van den geslachtsnaam Dhaveloose, dat is D’Haveloose, De Havelooze, welke naam ook nog meer misschreven als Daveloose en Dhavelosse, aan verschillende geslachten eigen, voorkomt. Want ook dit woord haveloos moet niet in de hedendaags meest gangbare beteekenis van verwaarloosd, liederlik vuil worden opgevat, maar in de oude en rechte beduidenis zonder have, zonder bezitting, zonder eigendom.—By nog een paar andere geslachtsnamen is, even als by Dhaveloose, het lidwoord met het byvoegelike naamwoord versmolten; te weten by Doosche en Dedel. De naam Doosche is in West-Vlaanderen inheemsch, en heeft, volgens de vlaamsche uitspraak, en even als Daveloose, eene h verloren. Immers in oude oorkonden komt deze zelfde naam voor als Dhoosche, D’Hoosche, dat is De Hoosche, versleten van De Hoofsche, een naam die dus in beteekenis overeenkomt met den franschen geslachtsnaam Courtois, welke ook in de Nederlanden voorkomt. De geslachtsnaam De Heus heeft volkomen den zelfden oorsprong en de zelfde beteekenis als Doosche. Immers »hoofsch” is in het Hoogduitsch höfisch, en ook de brabantsche en geldersche gouspraken geven aan de o van dit woord den gewyzigden klank: »heufsch”. Van »De Heufsche” kwam »De Heusche” en, als hedendaagsche geslachtsnaam, De Heus. Ook het woord heusch als byvoegelik naamwoord en bywoord, meest in Holland in gebruik, is eene verbastering en afslyting van heufsch, hoofsch. Het hoogduitsche byvoegelike naamwoord en bywoord hübsch, is al mede eene verbastering van hübisch, höbisch, höfisch, en van dezen hoogduitschen form hübsch is ons woord hupsch weêr eene leelike wan-verdietsching. Het hoogduitsche woord hübsch heeft weêr oorsprong gegeven aan den geslachtsnaam Hübscher, in Duitschland niet zeldzaam, en in beteekenis samenstemmende met onze geslachtsnamen De Schoone, De Fraeye, De Mooy. En deze naam Hübscher is in Nederland weêr half verdietscht tot Hupscher. Zoo dat de geslachtsnamen Doosche, De Heus en Hupscher, hoe vreemd het schyne, den zelfden oorsprong hebben, ja de zelfde woorden zijn. De naam Dedel, eigen aan een oud-utrechtsch adellik geslacht, komt in oude oorkonden dikwijls voor als D’Edel en De Edel, ook wel als Den Edelen, by uitbreiding, en als Deel (D’Eel), by inkrimping. Ja, in ééne en de zelfde oorkonde, van het jaar 1420, wordt zeker lid van dit geslacht, Lambert geheeten, afwisselend genoemd Lambert Dedel, L. d’Edel, L. Edelen en L. den Edelen.31 Men vergelyke ook de geslachtsnamen Doude en Dauwe, op bl. 339 vermeld.—