← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 21 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong.

Reading edition

Talrijk zijn de bynamen die aan de byzondere gesteldheid van been en voet ontleend zijn: Blaaubeen, Crombeen, De Crombeen, Langbeen, Spillebeen, Strakbeen, Roodbeen zijn namen die geenen uitleg eischen, evenmin als Blaevoet (Blau-voet)21, Slingervoet, Platvoet en Plaetevoet, en Zwartvoet.—Stutvoet is de voet aan een opgekrompen been (door heupziekte), die door een stut wordt ondersteund. Andevoet wordt in sommige gouspraken gezeid voor »eendevoet”. Hy is dus ook een »platvoet”. Ligtvoet zal oorspronkelik wel een bynaam geweest zijn voor iemand die licht te voet, vlug te been was, in loopen, springen of dansen. Holvoet en Hollevoet zijn de tegenhangers van »platvoet,” en aldus genoemd naar den hoog gewelfden form van den voet, waar door de vrye holte onder den voet byzonder groot wordt. Witvoet, enkel naar de witte huidkleur van den voet, als Blaevoet en Zwartvoet? De uitdrukking »witvoet” schijnt oudtijds eene byzondere beteekenis te hebben gehad. Men zegt nog: »by iemand een witten voet (een wit voetje) hebben”, en dat beduidt: »byzonder in iemands gunst staan.” Hazevoet, Haesevoet, en als patronymikon Hasevoets; zou dit geen bynaam zijn voor iemand van eene vreesachtige inborst, snel bereid tot de vlucht? Of voor iemand die zeer snel kan loopen? Het kenmerkende van den hazevoet is overigens, dat ook de zolen behaard zijn. Dit byzondere kenteeken komt echter by menschen, zoo ver ik weet, niet voor, en heeft dus geen aanleiding tot eenen bynaam kunnen geven.—Koevoet en Coevoet, ook als vadersnaam Koevoets, en zelfs Kofoed (als ik my niet bedrieg uit Noorwegen afkomstig), is een geslachtsnaam die geenszins zelden voorkomt. De koevoet, het bekende werktuich, kwam oudtijds ook wel als uithangteeken of gevelsteen, als huisnaam voor. Boven een poortje te Utrecht stond hy in 1867 (en misschien nog heden wel) uitgehouwen, met het opschrift »In den Koeivoet. 1691”.22 Maar dit uithangteeken behoorde toch volstrekt niet tot de meest voorkomenden, en het schijnt my dus wel een weinig gewaagd al die geslachtsnamen Koevoet van huisnamen af te leiden. Ondertusschen weet ik geenen anderen oorsprong van dezen naam aan te geven. Want dat een menschelike voet, al is hy op de eene of andere wyze misformd, met eenen koevoet vergeleken werd, of in de volksspraak zoo genoemd werd, is my nooit voorgekomen. Het vierde gedeelte van eene geslachte koe, behalven kop, ruggestreng en ribben, draagt ook den naam van »koevoet”.—Om een einde te maken aan al deze voeten, vermelden wy nog de geslachtsnamen Barvoet, Barrevoet, Barfoed, Berrevoet, als patronymika Barvoets, Bervoets, Baervoets, enz., ontstaan als bynamen van lieden die men gewoonlik zonder schoeisel zag loopen. Dit gebeurde oudtijds zeker minder zeldzaam dan tegenwoordig, te oordeelen naar de talryke en veelvuldig voorkomende geslachtsnamen, die hierop betrekking hebben.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings