← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 18 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong.

Reading edition

Dat het geven van zulke bynamen reeds van zeer oude dagteekening is, daar van kan menige naam, die onder de volken der oudheid in gebruik was, getuigen; Xenarchus Metretes, de dronkaard; Phocion Chrestus, de goede; Pittacus Soropada, breedvoet; Marcus Curius Dentatus, de getande, door byzondere tanden gekenmerkte, enz. Dergelyke namen heeft de geschiedenis ons veelvuldig overgeleverd. En dat zulke bynamen ook reeds vroeg by onze eigene voorouders in zwang waren, leeren ons de oudste oorkonden. Uit de 11de, 12de en 13de eeu kennen wy eenen Frank de roode (ten jare 1050), Giselbrecht de zwarte (1225), Ekbrecht de kale (1162),18 eenen Willem Eenoog, Reiner de kleine,19 enz. En dat deze persoonlike bynamen, door op de kinders van de mannen die eerst met deze bynamen genoemd werden, over te gaan, langzamerhand ook geslachtsnamen konden worden, daar van zien wy ook in oude oorkonden menig voorbeeld. Onder velen: Reinska langhe Symens dochter,” eene leeuwarder vrou ten jare 1534.20

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings