Note 14 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong.
Reading edition
Oudtijds was men ook in beschaafde kringen en in de hoogere standen der samenleving veel minder kiesch wat het geven en gebruiken van zulke bynamen betreft. In middeleeusche oorkonden en ook nog wel in geschriften van lateren tijd, van de 16de en 17de eeu, worden de personen die daarin genoemd worden, dikwijls, ter meerdere duidelikheid of uit gewoonte, met hunnen bynaam vermeld. En deze personen zelven schynen daar dan niets op tegen gehad te hebben. Zulke namen als »Harm Gerloffssoen gezegd Witkop”—»Govert Claessen, dien men noemt Crombeen”—»Egbert Wilminck genoemt de Stercke” komen dikwijls voor in oude geschriften. Een burger der vlaamsche stad Hondschote, ten jare 1568, wordt in eene oorkonde van dien tijd genoemd: »Jehan Scrobbe, alias Cromhals”;14 een burger der stad Alkmaar, ten jare 1514, heette »Willem Roothooft” en zekere »Dirrick Coevoet” was in dat zelfde jaar schepen der stede Gorinchem.15 De naam eener vrouelike ingezetene van Leeuwarden, ten jare 1511, was »Grijthie Onbeleefd”,16 en die van eenen burger van Sluis in Vlaanderen, in het jaar 1526, »Ryckaert de Gryse.”17 En om nog een paar voorbeelden by te brengen, kan ik niet beter doen dan de woorden aan te halen van J. ter Gouw, voorkomende in diens werk Amsterdamsche kleinigheden—Amsterdam, 1864—bl. 58: »Daar klonken wel wat raarder namen in den ouden tijd. Blader de historiën, de oude registers, brieven en keuren maar eens door. Hier treedt u een Luitenant Leepoog tegen, en daar de makelaar Laurens het houten aangezigt. Hier ontmoet gij een deftig poorter, dien ge als Jonge Jan Doet er niet toe hoort aanspreken; elders is het de eerzame Dirk Dirksz, die, om hen van een anderen dubbelen Dirk te onderscheiden, den sierlijken toenaam draagt: »Zoon van bezeten Lijsje!” Ten jare 1600 waren er te Delft burgers die met hunne by- en spotnamen in oorkonden en registers vermeld staan; by voorbeeld Mr. Jan Smeer-de-borst en Frans Mont-van-de-hel (zie Soutendam, Een wandeling langs Delfts straten in 1600). Ja, zelfs vorsten en koningen moesten zich, in de middeleeuen, het dragen van zulke bynamen, aan allerlei persoonlike byzonderheden ontleend, laten welgevallen. Men denke aan namen als Floris de Vette, Karel de Kale, Pepyn de Korte, Karel de Eenvoudige, Govert met den Bult, Zwarte Margriet, enz.