Note 13 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong.
Reading edition
§ 121. De vrouen die oudtijds eenig handwerk, nering of bedrijf, als kostwinning uitoefenden, kregen ook wel, even als de mannen, den naam van haar bedrijf als een toenaam gevoegd by haren eigenen vóórnaam. Onder de burgery der stad Leeuwarden, van den jare 1511, vind ik opgenoemd: Alijt Weefster. Hilck Naaister, Gheert Froedmoer, Sack Dekennaister; onder die van Dokkum: Ken Froedmoer, Aecht Baeckster, enz.13 Toch is my geen enkel geval bekend dat de toenaam aan zulk een vrouelik bedrijf ontleend, tot een geslachtsnaam geworden is. Trouens dit is geenszins vreemd. Immers de zoon van Alijt Weefster (ook al had deze Alijt misschien geen man) kon zich toch niet wel naar het handwerk zyner moeder noemen. Hy kon zich b. v. niet Willem Weefster heeten. In dezen naam zoude eene tegenstrydigheid opgesloten zijn.