Note 80 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong. (continued 2)
Reading edition
By de opsomming der geslachtsnamen aan de namen van spyzen ontleend, mogen wy wel beginnen met »den staf des levens”, met het brood. Broodnamen zijn Wittebroodt, Soetbrood, Schoonbrood, Platbroodt. Eerstgenoemde naam is al oud; immers Jan Wytbroot was reeds in 1511 een burger der stad Leeuwarden.80 Ook in Engelland komt de geslachtsnaam Whitbread voor, terwijl het fransche Blanpain in Nederland my voorgekomen is. Verder Teirbroodt, dat is het brood waar men van teert, het dageliksche brood om van te leven. De geslachtsnaam Droogenbroodt is een tegenhanger van den maagschapsnaam Boterenbrood, welke naam ook in den form Botterbrodt voorkomt, en van Kaasenbrood. De laatstgenoemde geslachtsnaam komt ook, half verfranscht, als De Casembroot voor. Te Monster in het Westland ziet men, aan eene herberg, nog »Kaas en brood” als uithangbord.81