Note 79 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong. (continued 2)
Reading edition
De laatste namen van het lijstje in de noot beneden aan deze bladzyde vermeld, voeren ons geleidelik tot die geslachtsnamen, welke bestaan uit de namen van jaargetyden, maanden, dagen, enz. Hoe men er toe mag gekomen zijn, zulke weinig geëigende woorden tot maagschapsnamen aan te nemen, is my een raadsel, ten zy men aanneme dat in die namen oud-germaansche mansvóórnamen schuilen. Als voorbeelden noem ik hier de geslachtsnamen Lente, Zomer en Somer, Herfst en Winter, met De Winter en De Wynter. Laatstgenoemde naam is al zeer oud. Immers reeds ten jare 1127 leefde er in de vlaamsche stad Iperen een aanzienlik man die Boudewyn de Wyntere heette.79 De geslachtsnaam Lente kan oorspronkelik ook de naam zijn van het gehucht Lenthe, onder Dalfsen en Heino in Salland, waar de maagschapsnaam Van Lenthe zonder twyfel ook aan ontleend is. Wil men deze jaargetyde-namen als geslachtsnamen uit oud-germaansche mansvóórnamen duiden—dan vinden wy vooreerst als zoodanig den naam Lente. Deze mansnaam moet alsdan beschoud worden als een andere form of uitspraak van den mansvóórnaam Lante, Lanto, Lando, die, ook in samenstellingen geenszins zeldzaam is. Brons vermeldt in zyne Friesische Namen Lente als een vrouenaam. De patronymika Lentink, in Nederland als geslachtsnaam, en Lenting, in Beieren, by Ingolstadt, als dorpsnaam voorkomende, wyzen ook duidelik eenen mansvóórnaam Lente aan. Dit doet ook de patronymikale nederlandsche geslachtsnaam Lentelink, die geformd is van den verkleinform Lentele (Lentelyn).