← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 75 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong. (continued 2)

Reading edition

In de tweede plaats vinden wy eenige namen van gesteenten, aardsoorten, enz. dienst doen als maagschapsnamen. Het zijn: Marmelstein, Bruynsteen, Granaat, Saphier en Diamant. De drie laatstgenoemde namen zijn, naar myne meening, oorspronkelik bynamen geweest van kooplieden die met zulke edelgesteenten handel dreven. Intusschen, »De rouwe Diamant” komt ook als huisnaam voor te Amsterdam,75 en kan aan den geslachtsnaam Diamant ten grondslag liggen. By het israëlitische geslacht dat den naam van Thopas draagt, zal de oorsprong van dezen naam ook wel te vinden zijn in den handel in edelgesteenten (topazen). In tegenstelling met dezen zelfden naam, aan eene oorspronkelik nederlandsche maagschap eigen, en die eenen geheel anderen oorsprong heeft, zoo als op bl. 262 vermeld is. De maagschapsnaam Agaat heeft aan eene zeer byzondere oorzaak zijn ontstaan te danken. Men heeft dezen naam gegeven aan eenen vondeling, omdat dit kind, toen het gevonden werd, een agaatsteentje, zekerlik als een herkenningsteeken, aan een bandje om den hals had.76 De geslachtsnamen Pecsteen, Wecksteen en Weeksteen, waar van de oorsprong my niet ten vollen duidelik is, behooren ook nog tot deze groep. Maar Wetstein is aan eenen huisnaam ontleend. Immers het huis »De Wetsteen” is nog te Amsterdam bekend in de Jonge-Roelensteeg, oorspronkelik echter in de Kalverstraat. De beroemde boekdrukker Hendrik Wetstein bewoonde dit huis (in de Kalverstraat) op het einde der 17de eeu.77 Of de hedendaagsche maagschap Wetstein echter de zelfde is als die van den beroemden boekdrukker, betwyfel ik. Hoekstein en Hoeksteen, met Eckstein in hoogduitschen form, en met Exsteen, kunnen ook tot deze groep gebracht worden. Verder Smalt, Gips, Krijt, Roodzant, Schulpzand en Stuivesand met Stuyvesant. Naardien echter »het Roode zand” de naam is van eene buurt te Rotterdam, zoo blijft het de vraag of de geslachtsnaam Roodzant niet veeleer had behoord vermeld te zijn by de namen aan straatnamen ontleend, op bl. 220. Ten slotte nog de oude maagschapsnamen Moerenclaey en Moerentorf (moer, moeras; claey, klei; torf, turf) met Kuindertorf (turf uit de Kuinder, een vlek op de grenzen van Friesland en Overijssel, waar oudtijds veel turf uitgevoerd werd).

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings