← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 69 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong. (continued 2)

Reading edition

Ten slotte kunnen als geslachtsnamen, ontleend aan de namen van insekten, schaal- en weekdieren, nog vermeld worden: Kever, Watertor, De Bie, De Bye en Van der By, Hommel, De Mot, Mug, Rups, De Vlieg, Vlieghe en Vliegen. Het komt my waarschijnlik voor dat in den laatstgenoemden naam een persoonsnaam schuilt, dat hy dus een patronymikon is. Oudtijds hingen te Amsterdam aan zeker huis »de Vijf Vliegen” uit, en de bewoner van dat huis droeg daar af den naam van Jan Vijf-Vliegen.69 Een geslachtsnaam, die in Limburg voornamelik inheemsch is, en daar aan verschillende geslachten eigen, is Quaetvliegh (de kwade vlieg). Deze zelfde naam komt in verschillende vormen voor, als Quaedtvlieg, Quadvliegh, Quatfleigh, enz. Wat de oorsprong van dezen zonderlingen naam is en weet ik niet. Omdat de vlieg oudtijds als een kenteeken van den duivel gold, van den »kwade”, zoo gis ik dat de naam Quaetvliegh in eenig verband met den naam van den duivel staat, en als zoodanig tot een geslachtsnaam geworden is. De geslachtsnamen Potvlieghe en Schauvliegh met Schauvliege, die eveneens in de zuidelike gewesten, vooral ook in Limburg voorkomen, zijn my evenmin duidelik, wat hun oorsprong betreft.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings