Note 60 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong. (continued 2)
Reading edition
Het woord peerd is my, op zich zelven, nooit als geslachtsnaam voorgekomen. Wel Van der Paardt, duidelik een huisnaam van oorsprong. Verder Hengst, Hingst, Hinxt, Den Hengst, Ros, De Ruyne, Schimmel en Kedde (kedde, in Noord-Holland ket, is het friesche woord voor het hollandsche hit). Of de geslachtsnamen Ket en Ketjen ook tot deze peerdenamen moeten gerekend worden, kan ik niet beslissen. Het kan ook zeer wel zijn dat deze beide laatste namen oorspronkelik de oud-friesche mansvóórnaam Kette (Katte, Kete) zijn, die nog vermeld wordt in de naamlijst van Brons,60 en waarvan de geslachtsnamen Kettema en Ketting, gelijk ook Keta, vadersnamen zijn. Over den mansnaam Kat, Ket zie men verder § 134. De geslachtsnamen Maliepaart en Molenpage reken ik ook tot de peerdenamen, maar Gryspeerdt, op bl. 343 verklaard, behoort daar niet toe. Den maagschapsnaam Eyspaart wist ik langen tijd niet te verklaren. Aan eene verbastering en wanspelling van den oud-nederlandschen mansnaam Isbercht, Ysbrecht, ook als Isanperht, Isanperath by Förstemann vermeld, te denken, kwam my te gewaagd voor, al was deze oorsprong niet onmogelik. Later echter vond ik dat in het West-Vlaamsch eene byzondere soort van ijsslede den naam draagt van »IJspaard”, »IJspeerd.” Men zie de Bo’s Westvlaamsch Idioticon op het woord »ijspeerd.” De geslachtsnaam Eyspaart behoort dus eigenlik niet tot de namen aan diernamen ontleend, maar veel meer op bl. 366 te zijn vermeld. Maliepaart zal wel het zelfde zijn als het oud-vlaamsche woord male peerd, dat verklaard wordt als: »Cheval Malet, l’Equus sarcinarius dont parle Carpentier, Suppl. Duc. vo Maletus; Mallier, dit encore Carpentier au t. IV; le Cheval porte-malle, qui portait la Pera viatoria, la malle de voyage. Kiliaan l’appelle Maelhengst.”61—Page is de naam waarmede men in de friso-saksische gouspraken van noordoostelik Nederland, een oud afgeleefd peerd bestempelt. Ook in noordwestelik Duitschland is dit woord inheemsch. Van daar de hoogduitsche geslachtsnaam Pagenstecher (peerdeslachter, peerdevilder, roodschilder), die ook in de Nederlanden voorkomt. Molenpage beteekent dus een oud molenpeerd—een naam die misschien wel oorspronkelik als spotnaam gegeven is.