← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 62 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong. (continued 2)

Reading edition

De maagschapsnaam Noordziek, die aan oningewyden, welke zynen oorsprong niet en kennen, al zeer zonderling moet toeschynen, behoort mede tot de namen van algemeene aardrijkskundige beteekenis. Eigenlik behoort deze naam tot de nederlandsche namen niet. Hy is slechts eene verdietsching van den oorspronkelik hoogduitschen naam Nordsieg of Nordsieck, die onder deze beide formen nog in Duitschland voorkomt. Het woord sieg of sieck in dezen naam, en in eenige andere geslachts- en plaatsnamen voorkomende, is een zoogenoemd algemeen aardrijkskundig woord; het beteekent: een laag, vochtig oord.62 Ook eenige andere maagschapsnamen, thans in Nederland inheemsch, maar die ongetwyfeld van hoogduitschen oorsprong zijn, ofschoon sommigen min of meer verdietscht zijn in spelwyze, zijn met dit woord samengesteld. B. v. Bohnensieg, Braakensiek, Bommelsiek, Brummelsiek, Erdtsieck, Heidsieck, Steinziek, Uhlmansieck en Wellensiek met Siekman, Siegman en Ziekman. Middellik behoort de geslachtsnaam Hagenzieker ook tot deze kleine en byzondere groep. Hy is namelik afgeleid van eenen hoogduitschen plaatsnaam Hagensieck; van deze plaats was de man die eerst den naam Hagenzieker voerde, zeker herkomstig; zie § 70.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings