Note 60 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong. (continued 2)
Reading edition
Water en a of aa (het oud-nederlandsche woord voor water), broek, poel, moer of moor (moeras), meer, vaart en diep zijn allen algemeene aardrijkskundige woorden, die men, in aanmerking genomen de gesteldheid van een zeer groot deel des nederlandschen bodems, met reden in groot aantal als samenstellend deel van nederlandsche geslachtsnamen zoude kunnen verwachten. Toch komen zy zoo byzonder talrijk niet voor. Zie hier eenigen van die namen: Blankwater, Borrewater en Bornwater, Hoekwater, Leegwater, Meulewater, Slagwater met Van de Water en Van de Wateren.—Minderaa, Wykeraa en Van Wiekeraa, Van der Aa en Van der Ouderaa met Van der Auweraa.—Beerenbroek, Biesbrouck, Eysbroek, Hagebrouck, Meulebrouck met Muelenbroock (in Duitschland is Mühlenbruch een tamelik algemeene maagschapsnaam), Slimbrouck, Surenbroek, Rubroek, met Van den Broek, Van de Broecke, Ten Broek, Ten Broeke, Broekstra, Broekman, misschien ook Broeker en Brooker, Brookman en zelfs Brauckmann, met Ten Brake, Braakman, enz. Verder Van der Poel en Poelstra, Toe Poel (zie bl. 263), Poelman en Poelmans, misschien ook Spoelders (’s poelders, des poelderszoon, zie bl. 184), en Poolman, met Abspoel, Zwanepoel, Evenepoel, Polspoel, Rikmenspoel, Vogelpoel (met Van Vogelpoel) en de neder-(plat-)duitsche weêrga van dezen naam Vagelpohl, enz. Deze neder-(plat-)duitsche form van het nederlandsche woord poel, te weten pool of pohl, komt ook voor, nevens Vagelpohl, in de maagschapsnamen Cleypool, Weddepohl en Poolman met Pohlmann; zie bl. 197. Dan Van der Moere met Van der Moer en Vermoure, Moerman en Moorman (zie bl. 198). Eindelik Van der Meer met Belkmeer, Noordermeer, Bennemeer, Leyermeer, Schoffelmeer en Zuidmeer; Van der Vaart met Heyvaert, Poldervaart en Zuidervaart. Wat de maagschapsnaam Heyvaert aangaat, zoo heb ik wel eens hooren beweren dat deze naam van engelschen oorsprong, en eigenlik Hayward was. Ook de geslachtsnaam Engelvaart durf ik naueliks tot de namen rekenen, die met het algemeen-aardrijkskundige woord vaart samengesteld zijn. Wel is er werkelik in Friesland, by het Heerenveen, eene vaart die de Engelenvaart heet, maar deze aardrijkskundige naam is ontleend aan den geslachtsnaam Van Engelen, en de maagschapsnaam Engelvaart heeft er dus niets mede te maken. De Zuid-Nederlanders zeggen, zeer te recht, Godevaart voor Godfried, Govert; zoo kan ook Engelvaart een zuid-nederlandsche form wezen van den oud-germaanschen mansvóórnaam Engelfried. Dezen byzonderen zuid-nederlandschen form vinden wy terug in de vlaamsche dorpsnamen Godveerdeghem en Hemelveerdeghem, heim of woonplaats der Godveerdingen en der Hemelveerdingen, dat is: der nakomelingen van Godveerd, Godevaert, Godfried en van Hemelveerd, Emelveert, Emelvaert, Amelfert.60 Van het groningsch-friesche woord diep voor vaarwater (zie bl. 245) is de maagschapsnaam Westerdiep ontleend.