Note 57 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong. (continued 2)
Reading edition
§ 104. De algemeene aardrijkskundige namen, die aan de geslachtsnamen ten grondslag liggen, welke in de laatstvermelde afdeelingen zijn genoemd, zijn allen eenvoudig. Zij bestaan slechts uit het eenvoudige woord op zich zelven. Maar al die namen komen ook in samengestelden form voor, met nog een woord daar by tot nadere bepaling; b. v. watermeulen, in den geslachtsnaam Verwatermeulen, nevens het eenvoudige woord meulen of molen, in Van der Molen, Vermeulen, enz. Zulke samengestelde namen komen zoowel op zich zelven voor, als met een voorzetsel, of met voorzetsel en lidwoord beiden. Zie hier eenigen van die namen met voorzetsels en lidwoorden: Van den Aardweg met Van den Eertweg, Van den Ertwegh en Van den Eirtweg, allen slechts verschillende schrijfwyzen van eenen en den zelfden naam (zie § 151); Van Bloppoel, waarschijnlik eene verbastering van Blokpoel, welke naam ook aldus op zich zelven voorkomt; de eene form zoo wel als de andere is in Zuid-Nederland inheemsch. Verder Verborghstad, Van den Braambussche, Van den Brandhof, Van der Heymeulen, Verdaasdonk, Verdysseldonk, Van Droogenbroeck, Van de Goorbergh.57 En ook Van de Cleemputte. Dit woord kleemput is slechts een andere form van leemput, een put of kuil of poel waar men leem uitgraaft, zooals vooral in de zuidelike gewesten van Nederland gevonden worden. Talrijk zijn de geslachtsnamen die aan deze leemputten ontleend zijn; b. v. behalven Van de Cleemputte nog Van Cleemput en Van Cleemputten, Cleemput, Leemput, Van de Leemput, Van de Leemputte, Van Leempoel, Leempoel (ook als oneigenlike vadersnaam Leempoels), Tot de Leemcule, Leemkuhl, Leemcoul in Limburg (zie bl. 256), ook verhollandscht tot Leemkoel, enz. Opmerkelik is het dat het grootste gedeelte dezer samengestelde, wel ietwat zwaarwichtige geslachtsnamen in de zuidelike gewesten t’ huis behoort.