Note 32 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong. (continued 2)
Reading edition
Van Bergen-Henegouwen, Van Brussel, Van Brugge (veelal Van Bruggen gespeld, en daardoor twyfelachtig), Van Damme, Van Deynse, Van Diest, Van Evere, Van Gaveren (met De Gavere—in franschen form), Van Geel en Van Gheel, Van Gent, Van Gend en Van Ghent, Van Haerlebeke, Van Halmael, Van Hantryve (zie bl. 218), Van Heyst, Van Herzele, Van Herenthals, Van Hoboken, Van Iperen, Van Kanegom en Van Caneghem, Van Lier (één noordnederlandsch geslacht Van Lier is niet afkomstig van de zuidnederlandsche stad Lier, maar van de oostfriesche stad Leer, welke naam vroeger ook wel »Lier” werd geschreven—men spreekt »Leier”), Van Leuven en Van Loven, Van Lommel, Van Lookeren, Van Meenen, Van Moll, Van Moorsele, Van Otichem, Van Peer, Van Pelt, Van Petegem, Van Popering, Van Reekem, Van Sichem, Van Slype (Verslype, dat is Van der Slype, komt nog in Vlaanderen zelve voor), Van Somerghem, Van Sotteghem, Van Staden en Van Staa, Van Stockum, Van Tienen, Van Tongeren, Van Turenhout, Van Tuerenhout en Van Tuerenout, Van Vive, Van Waerschoot, Van Wetteren, Van Zantvliet, enz.