← Table of contents
De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626

Note 10 — Hoofdstuk III.

Reading edition

Don Juan de Silva had in 1612 reeds den vroegeren gouverneur der Molukken Cristóbal de Ascueta Monchaca naar Goa gezonden om bij de Indische kooplieden geld op te nemen en zich daarvoor van schepen en bemanning te voorzien10. Zelf spande hij alle krachten in om een behoorlijke vloot in gereedheid te brengen, terwijl in Aug. 1614 eenige hulp uit Spanje in Manila aankwam. Ook zond de vice-koning hem in 1615 op zijn herhaald verzoek om hulp de kapiteins Don Diego de Mirando Enriques en J. de Mora met een brief, waarin hij te kennen gaf, dat het hem niet mogelijk was meer dan vier galjoenen en 400 soldaten te zenden, maar bij die vaartuigen zou hij met den moesson zooveel “secours” zenden als hij kon missen. Dit bracht De Silva dus veel nader tot zijn doel. Half Dec. 1615 lag hij met tien galjoenen, drie jachten (pataches) en vier galeien gereed om uit te varen, toen hij plotseling een tegenstand ontmoette, die al zijn mooie plannen in duigen dreigde te werpen. Door den fiskaal Don Juan de Alvarado en de Audiencia werd nl. verzet aangeteekend tegen zijn uitvaren, op gezag van brieven uit Spanje. Nu bracht De Silva zijn plan de campagne, hoewel het, zooals hij zegt, tegen alle wetten en krijgsprudencie streed, den 12en Jan. 1610 in een junta van alle “estados”. Op de in deze vergadering gemaakte bedenking, als zou het beter zijn op de hulp van den vice-koning te wachten, kon de doortastende gouverneur antwoorden, dat den 1en Oct. 1615 een karveel en een galjoot door Francisco de Meranda afgezonden waren, die het volgende bericht hadden medegebracht. “De vier galjoenen, u door den vice-koning toegezonden, liggen te Malakka; zij hebben de straat niet kunnen passeeren, daar zij te laat zijn gekomen. De bevelhebbers zijn besloten voor Malakka te blijven wachten op de komst der Spanjaarden, daar ze groote zwarigheid maken om naar de Molukken te gaan”. Na dit meegedeeld te hebben, betoogde nu De Silva verder, dat, als de Spaansche vloot den Portugeezen niet tegemoet ging, hij tot den noorder moesson in Nov. of Dec. zou moeten wachten en intusschen de schepen wegens het slechte hout, waarvan ze gemaakt waren, door de wormen verteerd zouden worden. Bovendien had hij uit “zekere” berichten vernomen, dat de vijand onmachtig was en dit jaar geen hulp uit Holland had te verwachten11. Of hij de Audiencia tot andere gedachten heeft kunnen brengen of ondanks haar verzet is uitgezeild, is mij onbekend, maar zooveel is zeker: 7 Febr. 1616 verliet hij Manila met tien galjoenen, drie jachten en vier galeien en 500 Japanners, die echter later aan wal moesten gezet worden, omdat men hen niet vertrouwde. Een duidelijk overzicht van zijn plannen geeft De Silva in een geheimen brief aan zijn neef Geronimo, gouverneur der Molukken, tegelijk afgestuurd met een bevel om, als de Hollanders in de Molukken nog geen versterking hadden ontvangen, hem 200 soldaten tegemoet te zenden langs Sangir en La Caldera12. Terwijl de Hollanders, alsook de Spanjaarden in het algemeen, meenden, dat hij naar de Molukken zou gaan, zegt hij in dezen brief, hoop te hebben zich in straat Soenda met de vier Portugeesche galjoenen te vereenigen13 en vandaar naar Bantam te zeilen om er de Hollanders te verdrijven. Hierna meende hij Banda en Ambon en daarna Ternate van Hollanders te zuiveren. Toen De Silva echter voor Malakka kwam, vond hij geen Portugeesche galjoenen; deze waren door Steven v. d. Haghen vernietigd14. De Silva had stelligen last zich met de troepen van den vice-koning te vereenigen en te Malakka zeide men, dat deze in persoon zou komen; dus besloot De Silva op deze plaats te wachten. Hier trof de Spaansche vloot echter een zwaar verlies. Den 19en April 1616 stierf De Silva15 plotseling aan een hevige ongesteldheid, na aan Don Alonso Enriquez het opperbevel te hebben overgedragen. Door den dood van dezen krachtigen doortastenden gouverneur was de groote voortstuwende kracht aan de Spanjaarden ontnomen, en Don Alonso Enriquez keerde uit vrees voor de veiligheid der Philippijnen en wanhopende aan het Portugeesch secours, in Mei naar de Philippijnen terug16.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings