Note 2 — Hoofdstuk III.
Reading edition
Den 13en Mei kwam hij voor Ternate, maar de hulptroepen, die onder Modafar en diens broeder van Gilolo waren overgestoken, bleken op verre na niet voldoende om, zoo ze Tidore al veroverd hadden, dit na het vertrek der Hollanders tegen de Spanjaarden te verdedigen. Modafar en de zijnen stelden dus zelf voor op Ternate een sterkte te bouwen en daarin hunne verstrooide landgenooten zooveel mogelijk te verzamelen. Dit voorstel werd met beide handen door Matelieff aangegrepen, zoodat de aan het strand gelegen plaats Malaya van een fort werd voorzien. Reeds den 26en Mei 1607 teekenden Matelieff en de koning van Ternate een contract, waarin o. a. de bepaling werd opgenomen, dat “alle Ternatanen, die verstroyt zijn, in d’omleggende landen met den eersten op Ternate komen, opdatt door de menighte van Ternatanen het verdrijven van de Castelanen te lighter sal vallen, ende ’t volk gereit sall weezen, als daer secours van Hollandt compt”2. Nauwelijks was het fort den 8en Juni gereed gekomen, of Matelieff vertrok den 12en naar China, na eerst nog twee gezanten der Ternatanen op Mindanao te hebben afgezet, waar hen door den sultan van Mindanao stellig wel een gunstig onthaal zal zijn ten deel gevallen, daar deze nog steeds in oorlog was met de Spanjaarden3.