Note 1 — Verkeerde uitleggers van de woorden der Heilige Schrift.
J. B. Kan translation
Maar het is dwaas van mij al deze dingen na te gaan, die zoo talloos zijn, dat zelfs de werken van Chrysippus of Didymus1 ze niet alle zouden kunnen bevatten. Met deze opmerking alleen meen ik te kunnen volstaan, dat, wanneer dit aan die goddelijke meesters vrij stond, men mij ook, een uit slecht hout gesneden Theoloog, vergiffenis behoort te schenken, als mijn aanhalingen niet allen in den haak zijn. Nu keer ik eindelijk tot Paulus terug: Gij verdraagt, zegt hij, gaarne de onwijzen2. En wederom: Neemt mij dan aan als eenen onwijze, en ik spreek niet naar den Heere, maar als in onwijsheid3. Wederom elders: Wij, zegt hij, zijn dwazen om Christus’ wil4. Gij hebt het gehoord, wie de groote zegsman is van die groote loftuitingen op de zotheid. Zelfs predikt hij ook openlijk de dwaasheid als iets, dat boven alles noodzakelijk en zeer heilzaam is: Zoo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden5. Bij Lucas noemt Jezus ook twee discipelen, bij wie hij zich op weg heeft aangesloten, dwazen6. Ik geloof haast niet, dat dit iemand vreemd kan voorkomen, daar de goddelijke Paulus ook God een weinigje dwaasheid toeschrijft: Het dwaze Gods, zegt hij, is wijzer dan de menschen7. Verder wil Origenes8, zijn uitlegger, niet, dat men onder deze dwaasheid verstaat de meening der menschen daaromtrent, zooals op die bekende plaats: Het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid9.