← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 15 — Religieuzen en monniken.

J. B. Kan translation

Als zij die woorden hooren en zien, dat schippers en voerlieden hen voorgaan, met welke gezichten zullen zij dan, denkt gij wel, elkaar aanzien? Maar intusschen gevoelen zij zich door hun hoop gelukkig, hetgeen zij zeker in niet geringe mate aan mijn goedheid te danken hebben. Ofschoon zij zich niet met het staatsbestuur inlaten, heeft ieder toch met hen te rekenen, vooral met de bedelmonniken, omdat zij alle geheimen van de geheele wereld kennen uit den biechtstoel. Wel achten zij het ongeoorloofd deze geheimen te verraden, maar zij doen het toch, als zij soms te veel gedronken hebben en elkander met prettige verhaaltjes willen amuseeren: zij laten dan enkel de zaak gissen en verzwijgen de namen. Als iemand die wespen vertoornt, weten zij zich in hun volkssermoenen maar al te goed te wreken en hekelen hun vijand door hatelijke toespelingen, zoo ondubbelzinnig, dat men al heel dom moet zijn om hen niet te verstaan. Zij houden niet op tegen hem te blaffen, voordat men hun een lekker hapje toewerpt15.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings