← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 29 — Godgeleerden.

J. B. Kan translation

Het moet u daarom niet bevreemden, als gij hun hoofd bij openbare disputen met tal van banden omwonden29 ziet: Anders zouden zij immers geheel uiteenbarsten. Daarom pleeg ik zelf ook somtijds er om te lachen, wanneer zij zich verbeelden dan eerst echte Godgeleerden te zijn, als zij een taal voeren zoo barbaarsch en gemeen mogelijk; en terwijl zij zoo stamelen, dat ze slechts door iemand, die zelf stamelt, kunnen begrepen worden, noemen zij scherpzinnigheid, wat het volk niet kan begrijpen. Want zij achten het in strijd met de waardigheid der Heilige Schrift, als zij gedwongen worden zich aan de wetten der taalkenners te onderwerpen. Waarachtig, het is een vreemd soort majesteit der Theologen, als zij alleen het recht hebben gebrekkig te spreken, al hebben zij dit speciaal met veel onbeschaafde werklui gemeen. Ten slotte achten zij zich haast den goden gelijk, zoo vaak zij als het ware met heiligen eerbied als “Magister noster”30 begroet worden, en zij meenen, dat in dien naam zelfs iets schuilt van hetzelfde gehalte als het vierletterig woord31 bij de Joden. Daarom verklaren zij het voor ongeoorloofd, “MAGISTER NOSTER” anders dan met kapitale letters te schrijven, en als iemand averechts mocht zeggen “noster magister,” dan heeft hij eens voor al de geheele majesteit van den Theologischen naam vernietigd.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings