Note 22 — Godgeleerden.
J. B. Kan translation
Gij kunt u hun zaligheid moeilijk voorstellen, als zij de woorden der heilige schriften als was naar willekeur kneden en herkneden, als zij voor hun alreeds door eenige schoolvossen goedgekeurde conclusies meer gezag eischen dan voor Solon’s22 wetten, ja ze zelfs boven de pauselijke decreten willen gesteld hebben. Zich opwerpende tot zederechters der wereld dwingen zij om alles te herroepen, wat niet geheel strookt met hun directe en indirecte conclusies, en als orakeltaal klinkt hun verklaring: “Deze stelling geeft aanstoot, gene is te oneerbiedig, deze riekt naar ketterij, gene klinkt slecht.” Ten slotte zou noch de doop, noch het evangelie, noch Paulus of Petrus, noch de heilige Hieronymus of Augustinus23, noch zelfs Thomas24, de grootste volgeling van Aristoteles, iemand tot een Christen kunnen maken zonder bekrachtiging der baccalaureï25. Want wie had wel ooit gedacht, dat hij geen Christen is, die zeide, dat deze twee uitdrukkingen: “gij pot stinkt” en “de pot stinkt”.... hetzelfde beteekenden26, indien die wijzen het niet geleeraard hadden? Hoe zou de kerk van zulke dikke nevels van dwalingen bevrijd zijn, die zelfs niemand ooit bij ’t lezen zou gemerkt hebben, als zij die niet in stukken, voorzien van het grootzegel der Universiteit, aan het licht hadden gebracht? Maar voelen zij zich, dit doende, niet hoogst gelukkig? Is dit ook niet het geval, wanneer zij alles wat in de hel geschiedt, zoo haarfijn afschilderen, alsof zij in dien staat verscheiden jaren hadden doorgebracht? Voorts, als zij naar willekeur nieuwe hemels scheppen, waarbij zij ten slotte dien uitgestrekten en prachtigen voegen27, ten einde den zielen der zaligen voldoende ruimte te geven om te kunnen wandelen of feestvieren of ook met den bal spelen. Met deze en duizenden andere dergelijke dwaasheden zijn hun hoofden zoo tot barstens toe opgevuld, dat, mijns bedunkens, zelfs Jupiters hersens niet zoo zwanger waren, toen hij van Pallas moest bevallen en de hulp van Vulcanus’ bijl inriep28.