← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 20 — Dichters.

J. B. Kan translation

totdat beide legerhoofden na den gelukkig gevoerden strijd als overwinnaar heengaan en beide een zegepraal vieren. De wijze lacht hierom wetend, dat het inderdaad een groote dwaasheid is. Want wie kan dat loochenen? Maar zij leiden intusschen door mijn goedheid een aangenaam leventje en zouden hun zegepralen zelfs niet met die der Scipio’s20 willen ruilen. Toch hebben ondertusschen ook de verstandigen zelf geen geringe verplichting aan mij, doordat zij er steeds recht hartelijk om lachen en genieten van den waanzin van anderen: dit kunnen zij zeker niet ontkennen zonder zich aan de allergrofste ondankbaarheid schuldig te maken.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings