Note 16 — Y. S.1
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Toen de arme Moslems aan de rijkere Koreïshieten aalmoezen vroegen, zeiden zij, dat, indien God voor hen kon zorgen en het niet deed, dit een bewijs was, dat zij zijne gunst niet zoozeer verdienden als zij zelven; terwijl nochtans God sommigen behoeftig doet zijn, om de rijken te beproeven en hun gelegenheid te geven, weldadigheid uit te oefenen.