Note 28 — T. H.1
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Dit was zijn eigen naam niet, maar hij werd aldus genoemd, omdat hij tot zekeren stam onder de Israëlieten behoorde, Samaritanen genaamd. (Daardoor doen de Mahomedanen op vreemdsoortige wijze hunne onkunde in de geschiedenis blijken). Sommigen zeggen echter, dat hij een proseliet was, maar een huichelaar en afkomstig van Kirman of eene andere nabijgelegen plaats. Zijn ware naam was Mozes of Moesa Ebn Dhafar (Al Beidâwi.) Selden is van oordeel, dat deze persoon niemand anders was dan Aäron zelf (die werkelijk de vervaardiger van het kalf was), en dat hij hier Al Sameri wordt genoemd, naar het Hebreeuwsche werkwoord שמר, bewaren (Selden, de Diis syris, Synt, 1. c 4), omdat hij gedurende de afwezigheid van zijn broeder op den berg, de bewaarder of beschermer der kinderen Israëls was, hetgeen eene zeer vernuftige veronderstelling is, die niet geheel onvereenigbaar met den tekst van den Koran kan worden genoemd.