Note 19 — Hoed1.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Dit was eene ongeloovige zoon van Noach (Yahya) Canaan genaamd (Jallalo’ddin, Al Beidâwi) of Yam (Ebn Shohnah). Anderen zeggen echter, dat hij niet de zoon van Noach was, maar de zoon van zijn zoon Cham, of de zoon van zijne vrouw, bij een anderen echtgenoot, dus zijn klein- of zijn stiefzoon. Anderen weder beweren, dat hij niet met hem verwant was, doch slechts in zijn huis werd opgevoed (Al Zamakhshari, d’Herbelot, Bibl. Oriënt p. 676). De beste uitleggers voegen er bij, dat de vrouw van Noach, Waïla genaamd, zijnde eene ongeloovige, mede in deze uitzondering was begrepen, en met haar zoon omkwam (Jallalo’ddin, Al Zamakhshari, Al Beidâwi).