Note 71 — Het Vee1.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Dit vers heeft betrekking op eenige godsdienstige gebruiken der afgoden dienende Arabieren; zooals de verdeeling der gronden, der vruchten en der oogsten in twee deelen, waarvan een voor de hoogste godheid, en het andere voor de ondergeschikte godheden, was bestemd, die door de afgodsbeelden werden voorgesteld. Het deel van God diende om de armen en de reizigers te voeden, dat der afgoden werd voor de offeranden en tot de bezoldiging der priesters gebruikt. Indien een vrucht afviel van het deel voor God bestemd, gaf men het aan de afgoden; doch men handelde niet zoo in het tegenovergestelde geval; want God, zeiden de afgodendienaars, is rijk, en kan alles ontberen. (Al Beidâwi, Jallalo’ddin.)