← Table of contents
De Koran

Note 9 — Het Licht1.

Albin de Kazimirski Biberstein translation

Tot beter begrip dezer plaats is het noodig, het volgende verhaal mede te deelen. Toen Mahomet in het zesde jaar der hedjira eene expeditie tegen den stam van Mostalek ondernam, nam hij zijne vrouw Aïsha met zich om hem te vergezellen. Op hunnen terugtocht toen zij niet ver van Medina waren, trok het leger des nachts verder. Aïsha steeg onderweg van haren kameel af en verwijderde zich eenige oogenblikken. Hare lieden geloofden dat zij reeds in hare reistent was gegaan, zetten die op den kameel en leidden het dier voort, waarop de geheele karavaan haar weg vervolgde. Aïsha, zich verlaten ziende, bleef op dezelfde plaats waar zij was afgestegen, wachtende of er iemand zou komen om haar af te halen, en sliep eindelijk in. Korten tijd daarna kwam een jongmensch, Safwan Ebnal Moattei daar voorbij. Toen hij iemand op den grond zag liggen slapen, naderde hij en ziende dat het eene vrouw was wekte hij haar, door deze woorden twee maal zachtkens uit te spreken: Wij behooren aan God en tot hem moeten wij wederkeeren. Daarop bedekte Aïsha zich met haren sluier en hij bood haar zijn kameel aan. Aïsha nam zijn aanbod aan. Op deze wijze bereikte zij den anderen dag de karavaan weder. Toen de afwezigheid van Aïsha en haar terugkeer met Safwan bekend waren, werd zij door sommigen van overspel beschuldigd. Mahomet, niet wetende wat hij moest denken, bevond zich in eene groote verslagenheid en het was eerst na verloop van een maand dat hij verklaarde, de waarheid te kennen, tengevolge eener openbaring die geheel ten voordeele zijner vrouw was, terwijl hij de beschuldiging voor onwaar verklaarde (Al Bokhari in Sonna, Al Beidâwi, Jallalo’ddin enz. Zie ook Abu’lf. Vit Moh. p. 82 etc. Gagnier Vie de Moh. lib. 4 c 7, en ook blz. 47 van dit werk).

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings