Note 16 — De Profeten1.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Abraham nam de gelegenheid waar, dit te doen, terwijl de Chaldeeuwen in de velden verspreid waren en een groot feest vierden. Sommigen zeggen, dat hij zich in den tempel wist te verbergen. Toen hij zijn plan had uitgevoerd, ten einde hen duidelijker te overtuigen van hunne domheid, de beelden te aanbidden, hing hij de bijl, waarmede hij de afgoden had omgehouwen en nedergeworpen, om den hals van den oppersten god, door sommige schrijvers Baal genoemd, alsof hij de bedrijver van het geheele ongeval ware geweest (Al Beidâwi, Jallalo’ddin enz. Zie ook Hyde, de Rel. vet. Pers c. 2). Dit verhaal, hetwelk hoewel het valsch is, toch niet slecht gevonden kan worden genoemd, is door Mahomet aan de Israëlieten ontleend, die het met eene kleine wijziging verhalen, daar zij zeggen dat Abraham dit in den winkel van zijn vader, gedurende zijne afwezigheid volvoerde. Toen Terach terugkeerde en naar de oorzaak van de wanorde vroeg, verhaalde zijn zoon hem dat de afgodsbeelden getwist hadden en handgemeen waren geworden om eene offerande van fijn meel, dat hun door eene oude vrouw was gebracht. De vader gevoelende, dat hij de onmogelijkheid niet kon aantoonen van hetgeen door Abraham werd beweerd, zonder de machteloosheid zijner goden te erkennen, barstte in eene vreeselijke woede uit en bracht hem aan Nimrod, opdat hij voor zijne onbeschaamdheid voorbeeldig zou worden gestraft (R. Gedal in Shalshl. Hakkabe p. 8 en Maimon Yad hachazaka c.l. de idol).